Adaptief

Organische systemen kunnen zich aanpassen aan veranderende omstandigheden. Dat gebeurt op verschillende schaalniveaus. Op elk niveau, van DNA tot ecosysteem, worden defecte en slecht functionerende onderdelen voortdurend vervangen door nieuwe.

Het perspectief van mutatie, recombinatie, natuurlijke selectie en “survival of the fittest” is ook toepasbaar op sociale ecosystemen, steden, bedrijven en politieke organisaties. Om te kunnen overleven moeten systemen zich voortdurend aanpassen (adaptatie). Wie/wat niet verandert sterft uit.

Door de mens ontworpen systemen zonder ingebouwd aanpassingsvermogen (adaptiviteit) zijn niet levensvatbaar.
Adaptieve systemen bestaan uit verschillende lagen waarin modules kunnen worden vervangen zonder dat daarbij het geheel hoeft te worden afgebroken. Daarom is het interne ontwerp (de opbouw van lagen en modules) minstens zo belangrijk als het externe ontwerp (de manier waarop het systeem zich presenteert aan de buitenwereld en daarmee interacties aangaat). Op elke laag kunnen in- en uitgaande stromen worden onderscheiden. Dat geldt niet alleen voor biologische organismen en informatiesystemen, maar ook voor het metabolisme van steden en regio´s. Zo bereikte de “stad als organisme” metafoor op het diepst van de crisis ook de stedebouw, waar door de voortgaande urbanisatie de stromen elkaar steeds meer in de weg zaten.

En met het “internet of things” worden nu ook fysieke producten adaptief. Door de toevoeging van rekenkracht, sensoren en communicatiechips kunnen producten communiceren met hun omgeving en zich aanpassen aan de omstandigheden.
Deze interactie tussen product en context vertegenwoordigt de derde golf van maatwerk waarin ICT zich onderscheidt van eerdere industriële producten. De eerste golf werk bekend van Dell, dat computers pas assembleerde nadat de bestelspecificaties van de klant bekend waren (“made to order”) en zo geen voorraden meer hoefde aan te houden. De tweede golf werk bekend van HP, dat de assemblage niet in de fabriek liet uitvoeren, maar in distributiecentra, waar de laatste lokale aanpassingen (zoals stekkers, transformatoren, taalinstellingen en gebruiksaanwijzingen) pas tijdens het transport naar de klant werden toegevoegd. Met de derde golf verandert het product ook tijdens het gebruik, naarmate de omstandigheden veranderen. De beperkende factor is nu niet meer de rekenkracht van de chip of de reikwijdte van de communicatie, maar de accu, die soms niet door de gebruiker kan worden vervangen.

Om maximaal mee te groeien naarmate de omstandigheden dat mogelijk maken moeten kleine modules worden vervangen door grotere. Maar opschalen is meer dan het vervangen van componenten. Ook de samenhang moet worden bewaakt. Als een voertuig een sterkere motor krijgt, zijn ook andere remmen nodig. En een ander schema voor vervanging van de banden. Een nieuwe slipcursus voor de chauffeur. Wie opschaalperikelen wil voorkomen moet dat allemaal voorzien en van te voren te plannen.